Advocatenkantoor Van Dijk | Advocaat Barneveld | Meerwerk: wie draait daar voor op?
15772
post-template-default,single,single-post,postid-15772,single-format-standard,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-10.0,wpb-js-composer js-comp-ver-4.12,vc_responsive
 

Meerwerk: wie draait daar voor op?

Meerwerk: wie draait daar voor op?

De meeste bouwgerelateerde opdrachten worden tegen een vaste prijs uitgevoerd. In de offerte of overeenkomst van de aannemer staat dan omschreven welke werkzaamheden voor dat bedrag worden verricht. Maar wat nu als er tijdens de uitvoering extra werkzaamheden worden verricht. Voor wiens rekening komt dat?  

Meerwerk

Allereerst zal moeten worden onderzocht of het door de aannemer gestelde meerwerk niet reeds in de aanneemsom is begrepen. Om dit te bepalen zijn onder andere de inhoud van de overeenkomst, het bestek en de begroting van belang. Wanneer komt vast te staan dat er sprake is van een toevoeging of een verandering in het werk, dan is er in beginsel sprake van meerwerk. Dat betekent echter nog niet dat de opdrachtgever daarvoor moet betalen.

Wanneer nergens uit blijkt dat de opdrachtgever überhaupt heeft gevraagd om een toevoeging of verandering in het werk dan wordt het voor de aannemer hoe dan ook lastig om een vergoeding voor die werkzaamheden te krijgen. Maar zelfs in het geval dat wél vaststaat dat de opdrachtgever daarom heeft gevraagd, is het niet vanzelfsprekend dat daarvoor moet worden betaald. In de wet (artikel 7:755 BW) is namelijk bepaald dat de aannemer in zo’n geval  “slechts dan een verhoging van de prijs kan vorderen, wanneer hij de opdrachtgever heeft gewezen op de noodzaak van een daaruit voortvloeiende prijsverhoging, tenzij de opdrachtgever die noodzaak uit zichzelf had moeten begrijpen”.

Kortom, de opdrachtgever dient vooraf duidelijk te maken dat de aanvullende of gewijzigde werkzaamheden tot extra kosten zullen leiden, tenzij dit reeds voor de opdrachtgever duidelijk moet zijn geweest. In dat geval kan de aannemer dus wel aanspraak op betaling maken. Feitelijk heeft de aannemer dus een waarschuwingsplicht. De gedachte hierachter is dat de opdrachtgever vooraf de gelegenheid moet hebben om af te zien van het meerwerk ofwel om de uitvoering daarvan aan een andere partij op te dragen.

Het meest ideale is natuurlijk wanneer de opdrachtgever vooraf tekent voor het uit te voeren meerwerk. Dan kan er later geen discussie ontstaan over de vraag of de aannemer wel opdracht had. Ook wanneer er door de opdrachtgever achteraf werkbonnen of urenbriefjes worden getekend, levert dat in de regel voldoende bewijs op. Het gaat vaak mis wanneer alle communicatie tijdens het werk mondeling is gegaan en de opdrachtgever voor het eerst door middel van een factuur met het meerwerk geconfronteerd wordt. Dit leidt vaak tot een geschil. De aannemer zal dan de gegrondheid van de vergoeding voor het meerwerk moeten aantonen.

Conclusie

De vraag of er sprake is van meerwerk en wie daarvoor dient op te draaien, hangt vaak af van de specifieke omstandigheden van het geval. Ik sta regelmatig zowel opdrachtgevers als aannemers bij in geschillen over meerwerk. Wanneer u advies wenst over uw rechtspositie neemt u dan gerust contact op.